De Europese diensten voor intellectuele eigendom definiëren criteria voor de evaluatie van de openbaarmaking van schetsen of modellen op het web en voor de te verzamelen bewijzen om deze vast te leggen.
Door de groei van de e-commerce en het toenemend belang van sociale media, gebeurt de openbaarmaking van schetsen en modellen meer en meer via deze communicatiekanalen, wat vragen doet rijzen over de bewijsvoering van juistheid van online openbaarmakingen.
De IE-diensten van het Europees netwerk hebben een akkoord bereikt over de gemeenschappelijke handelswijze in de materie, over de bepaling van de criteria voor de evaluatie van de openbaarmaking van schetsen en modellen op het internet, over de te formuleren aanbevelingen, over het soort te verzamelen bewijzen, over de verschillende manieren om de datum van openbaarmaking vast te stellen en, ten slotte, over de te onderzoeken uitzonderingen.
In een recent webinar van EUIPO (Disclosure of design on the internet – 02.06.20 - K. Ampatzis) heeft men een stand van zaken gegeven van de gemeenschappelijke criteria waarvan het doel is om de transparantie, de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid van het systeem te vergroten.
Sleutelbegrip
Een schets of model wordt geacht openbaar te worden gemaakt bij het publiek:
- indien gepubliceerd na inschrijving of op andere wijze, of tentoongesteld, in de handel gebracht of anderszins openbaar gemaakt is
- tenzij deze feiten bij een normale gang van zaken niet ter kennis konden zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector.
In bepaalde gevallen, overweegt men geen openbaarmaking bij het publiek, bijvoorbeeld indien de schets of het model onder het zegel van geheimhouding werd gecommuniceerd, indien de ontwerper het openbaar maakte binnen de periode van twaalf maanden (respijtperiode) voorafgaand aan de datum van de inschrijvingsaanvraag of ten gevolge van ongepast gedrag jegens de ontwerper.
Bronnen van openbaarmaking
De potentiële bronnen van openbaarmaking zijn talrijk: websites (e-commerce-platformen, sociale media, online databanken,…), apps, e-mail, file sharing (bestandsdeling),…
In het geval van websites beveelt men het volgende aan:
- De bewijselementen die men van een website haalt moeten voorgelegd worden in de vorm van een schermafdruk van de relevante informatie.
- Ze moeten een duidelijke afbeelding bevatten van de relevante schets of model, de karakteristieken ervan weergeven en de datum van openbaarmaking evenals het URL-adres aangeven.
- Indien men de informatie heeft bekomen door middel van een afdruk, wordt de datum van die afdruk verondersteld de datum van openbaarmaking te zijn, tenzij een andere, voorafgaande, relevante datum kan worden afgeleid uit de inhoud van het document of uit om het even welk ander bewijselement.
- Elke informatie met betrekking tot de doelstelling en de hoofdkenmerken van de website in kwestie zouden relevant kunnen zijn.
In geval van openbaarmaking via een app (verbonden aan bv. online verkopen, veilingen, sociale netwerken, enz.) is het bewijs moeilijker te bekomen aangezien de weergegeven informatie tijdelijk en de capaciteit voor archivering beperkt is, wat het opvragen van historische gegevens bemoeilijkt. Kortom, het is niet eenvoudig om aan een afdrukbare versie van de informatie te geraken.
Men beveelt het volgende aan:
- Wanneer de apps ook een webversie hebben, is het beter om de relevante informatie op die website voor te leggen.
- Zo niet, kan een schermafdruk vanop een smartphone als bewijs gebruikt worden. De datum van de screenshot is de veronderstelde datum van de openbaarmaking, tenzij een eerdere datum is vastgesteld.
- Ook hier geldt dat de aanlevering van informatie met betrekking tot de doelstelling en de hoofdkenmerken van de app relevant kan zijn.
De uitwisseling van e-mails is wijdverbreid in de handel en kan als bron gelden van de openbaarmaking van de schetsen of modellen.
E-mails worden beschouwd als privécorrespondentie, tenzij ze bedoeld zijn voor het promoten van producten. Hierbij is de inhoud van de e-mails belangrijker dan de vorm.
Men beveelt het volgende aan:
- Het bewijs van de communicatie via e-mail moet een representatie van de schets of model in kwestie tonen, in het bijzonder wanneer deze representatie ingesloten zat in een bijgevoegd bestand.
- De datum relevant voor de beoordeling van de openbaarmaking dient duidelijk aangegeven te zijn.
- Men dient de geadresseerden evenals het onderwerp in aanmerking te nemen aangezien deze elementen erop wijzen dat de openbaarmaking ingewijden in de betrokken sector betrof.
File sharing waarbij men de schets of het model kan downloaden via een sharing- of hosting-platform valt (in principe) ook onder de noemer openbaarmaking.
Men dient:
- andere bewijselementen aan te brengen, in voorkomend geval, zoals e-mails die de gebruikers informeren over een nieuwe beschikbare download, enz.
- indien de datum van uploaden niet aangegeven is, de datum van downloaden door een gebruiker als relevante datum te gebruiken.
- gebruik te maken van de tijdsregistratie van de computer, van de diensten van een deurwaarder of anderen om de link tussen de inhoud van een bestand en de referentie van de indexering ervan te bewijzen.
Vaststellen van de datum van openbaarmaking

Vallen onder de tools om de relevante datum van openbaarmaking vast te stellen:
- de archiveringsdiensten van websites (bv.: WayBack Machine) genieten de voorkeur op zoekmachinediensten.
- de tijdsregistratie: deze kan dienen als voorzorgsmaatregel voor het beschermen van de elementen die de openbaarmaking van de schets of het model bewijzen.
- Wanneer bewijzen verkregen zijn met behulp van softwaretools gebruikt in de criminalistiek (bv. extractie van metadata van afbeeldingen), dient men de elementen te verzamelen die een beschrijving geven van de tool, de manier waarop de gegevens verkregen zijn, het soort verkregen informatie en de oorsprong ervan.
Aangewende middelen om op het internet verkregen bewijselementen voor te leggen
De Richtlijn inzake de rechtsbescherming van modellen verduidelijkt niet in welke vorm men de bewijzen voor de openbaarmaking van schetsen of modellen moet indienen. Het kan gaan om afbeeldingen en video’s, schermafdrukken, metadata, URL-adressen en hyperlinks, schriftelijke verklaringen, combinaties onderling of met andere van deze elementen.
Men moet de bron van de openbaarmaking duidelijk aangeven (het URL-adres bijvoorbeeld) en eventueel bijkomende informatie erover aanleveren. Men moet erop toezien dat de kwaliteit van de bewijzen toereikend is om de karakteristieken van het model en natuurlijk ook de bijbehorende datum te bepalen.

Uitzonderingen op de beschikbaarheid van de schets of het model op het internet
Wanneer de openbaarmaking van een schets of model bewezen is, bestaat het vermoeden dat het ter beschikking gesteld is van het publiek, en dit over de hele wereld gezien het globale karakter van het internet.
Slechts in bepaalde, te bewijzen, omstandigheden worden openbaarmakingen niet beschouwd als zijnde ter kennis gekomen van ingewijden in de betrokken sector:
De toegang beperken tot een beperkt aantal personen via een paswoord of via betaalverplichting voor de informatie verhindert een gepubliceerde schets of model niet om deel uit te maken van een staat van de vorige stijl (uitzondering: de interne databases gebruikt door de werknemers van een onderneming).
Naargelang de betrokken sector kan de taal een invloed hebben op de mogelijkheid om kennis te nemen van de openbaarmaking van een schets of model op het internet. De zoek- en herkenningstechnologieën van afbeeldingen zorgen ervoor dat men dit probleem kan overwinnen.
Om tot openbaarmaking te komen is het nodig dat de bron technisch toegankelijk is. Om te beoordelen of de relevante informatie gevonden zou kunnen worden, dient men eveneens rekening te houden met bepaalde gewoontes in het kader van de normale gang van zaken van ingewijden in de betrokken sector.
Informatie kan minder toegankelijk worden door geoblocking van bepaalde inhoud op het internet.
Wanneer de schets of het model openbaar gemaakt is onder impliciete of expliciete geheimhoudingsvoorwaarden, dan stelt men dat er geen openbaarmaking is.
Het aantal bezoekers van de website kan helpen bij het bepalen of gespecialiseerde kringen toegang hadden tot de inhoud van de site.
Tijdens de evaluatie van de beschikbaarheid van de schets of het model op internet, dient men rekening te houden met:
- dataverkeerindicatoren zoals de telling van de geconsulteerde pagina’s, van paginaverzoeken en van sessies, uitgedrukt in getallen aan de hand van bezoekersanalyse- of andere tools
- markeringssystemen, hashtags en links tussen de zoektermen en de afbeeldingen van de schets of het model op de verschillende internetplatformen
- 'populariteitsindicatoren' op sociale media (het aantal bereikte personen, raadplegingen, reacties, commentaren, gedeelde items, abonnees, 'likes'…).
Al deze informatie is voorhanden in een in april 2020 door het EUIPN gepubliceerd witboek 'Criteria for assessing disclosure of designs on the internet' (48 pagina’s).