Overslaan en naar de inhoud gaan

BMT Aerospace investeert met succes in spaanafvalverwerking

De regelgeving voor de afvalverwerker wordt verstrengd, waardoor er vloeistofdichte vloeren, voorzien van afvoer- en koolwaterstofafscheider verplicht worden. Hoewel dit (nog) niet verplicht is voor productiebedrijven, is het raadzaam om ook verontreiniging door onvrijwillige lozing van emulsies te voorkomen. In vele bedrijven komen dergelijke onvrijwillige lozingen voor op de plaatsen waar spanen worden opgevangen, in containers overgebracht, tijdelijk gestockeerd,… Kosten voor een bodemsanering kunnen snel oplopen door de nodige studies, het opbreken van de vloer, monstering, testen, sanering, het aanleggen van een nieuwe vloer, de impact van dit alles op operationele activiteiten, …

 

Het West-Vlaamse bedrijf BMT Aerospace verspaant hooggelegeerd staal tot onderdelen voor de luchtvaart. Na het verspaningsproces zijn nog een reeks oppervlaktebehandelingen noodzakelijk die veelal gebruik maken van producten, conform de vereisten vanuit de luchtvaart, maar met een hoog milieurisico. BMT Aerospace heeft hierdoor een gedegen kennis van de veiligheids- en milieurisico’s verbonden aan de gebruikte producten.

Aangepaste infrastructuur

Het spaanafval vanuit de freesprocessen - jaarlijks zo'n 80.000 kg - wordt opgevangen in manueel verrijdbare, vloeistofdichte kunststof bakken. Deze worden naar een compacteerinstallatie gebracht die bestaat uit een uitleksysteem, spanenbreker en briketteermachine. Het geheel staat op een waterdichte vloer, voorzien van een antislipcoating om een veilige werkplek te verzekeren. Zo kan het bedrijf correct spanen verwijderen met een minimale impact op het milieu.

 

De investering in de installatie wordt niet rechtsreeks terugverdiend door de hogere opbrengst van de materialen, maar heeft zijn grootse meerwaarde in een veiligere, nettere werkomgeving en bovenal, het reduceert het risico op onvrijwillige bodemverontreiniging tot bijna nul. Daarenboven worden ook lekken tijdens transport naar de schrootverwerker vermeden, waardoor ook daar het risico op gevolgschade wordt gereduceerd.