Covid-19: 3M verdedigt zijn imago

Dankzij een geregistreerd handelsmerk kan een bedrijf optreden wanneer zijn imago wordt aangetast.

Geregistreerde handelsmerken bieden de houders ervan ruimere intellectuele-eigendomsrechten dan men denkt. De houder heeft het exclusieve recht om de merknaam (al dan niet) te gebruiken, over te dragen, te verkopen en het gebruik ervan door derden te verbieden. De houder heeft eveneens het recht op te treden tegen wie het merk schade berokkent. Zo kan hij onder meer zijn imago actief verdedigen.

Het recente nieuws reikt ons een interessant voorbeeld aan van hoe een bedrijf, via zijn merknamen, zijn imago op de markt verdedigt.

Mondmaskerfabrikant 3M heeft meerdere rechtszaken aangespannen tegen bedrijven die de coronacrisis te baat nemen om zijn producten duurder dan normaal te verkopen.
Het bedrijf had onder meer vastgesteld dat zijn distributeurs, zonder enige scrupule, aan de Amerikaanse Staten en instellingen, onder meer aan ziekenhuizen, mondmaskers van 3M verkochten tegen woekerprijzen, soms 500 tot 600 duurder, terwijl de fabrikant zelf zijn prijzen niet had verhoogd.

3M stelde dat een dergelijk gedrag zijn reputatie en die van zijn producten schade toebracht. Het bedrijf is van oordeel dat dit bij het publiek verwarring veroorzaakt en de verkeerde indruk wekt dat 3M aan de basis van die gedragingen ligt en/of ze goedkeurt.

Op 10 april ll. werd dan ook klacht neergelegd voor schending van het geregistreerde handelsmerk, tegen de distributeur van N95-maskers Performance Supply LLC, in New-Jersey.

Elk bedrijf zou moeten nadenken over een merkbeschermingsstrategie om zijn producten en diensten van die van de concurrentie te onderscheiden en ze te verdedigen, te meer daar het verkrijgen van een merk niet zo duur is en de bescherming ervan eindeloos vernieuwbaar is.

Tags: