Agoria en Sirris willen 1000-tal bedrijven op weg zetten naar fabriek van de toekomst

“Steun Vlaamse regering is belangrijk signaal naar industrie”

De Vlaamse regering keurde op voorstel van minister-president Kris Peeters de verlenging en uitbreiding van het Made Different-programma goed. Met dat initiatief willen technologiefederatie Agoria en het collectief onderzoekscentrum Sirris, met de steun van andere sectorfederaties, Vlaamse maakbedrijven laten uitgroeien tot fabriek van de toekomst. Die transformatietrajecten worden nu uitgebreid naar bijkomende sectoren: momenteel volgen al een 100-tal bedrijven uit de technologiesectoren deze trajecten, in de toekomst komen daar ook bedrijven uit de textiel, hout- en meubelindustrie (via Fedustria) en de voedingsindustrie (via Fevia) bij. Doelstelling is om in alle sectoren op termijn een duizendtal maakbedrijven te bereiken. “Made Different, de transformatie van onze industrie naar fabrieken van de toekomst, is een ambitieus en in Europa uniek toekomstplan. De steun van de Vlaamse regering is een belangrijk signaal,” zegt Wilson De Pril, directeur-generaal van Agoria Vlaanderen.

Vlaanderen heeft een sterke maakindustrie. “Direct en indirect verdienen meer dan een half miljoen Vlamingen hun boterham in de industriële maaksectoren,” zegt Wilson De Pril. “De totale industrie is goed voor meer dan 80 procent van de export van het Vlaams gewest, noodzakelijk om onze welvaart te financieren. Maar die sterke positie staat onder druk. Dat er iets moet gebeuren aan het slechte ondernemingsklimaat, staat buiten kijf: hoge ondernemingskosten, tekort aan geschoold personeel, … maar ook de transformatie van de productie-activiteiten is absoluut noodzakelijk. Agoria en Sirris werkten daarom een ambitieus toekomstplan voor de industrie uit. Het plan sluit bovendien naadloos aan bij het Nieuw Industrieel Beleid van de Vlaamse regering.”

Hoe ziet een fabriek van de toekomst eruit?

Volgende kenmerken komen altijd terug: ze verbruiken een minimum aan energie en grondstoffen en zijn uiteraard zo milieuvriendelijk mogelijk. Op die manier leveren ze een belangrijke bijdrage aan de vergroening van de economie. Ze beschikken over een modern “state of the art” productie-apparaat. Ze maken producten met een hoge toegevoegde waarde en hun productie kan flexibel inspelen op veranderende vragen. En last but not least: de kennisinhoud en de betrokkenheid van de medewerkers is er erg hoog.

Herman Derache, directeur van Sirris Vlaanderen: “Het voorgestelde programma is uniek in Europa, omdat het inwerkt op al deze facetten tegelijk. De acties zijn zowel voor sterke, gevestigde multinationale spelers als om lokale familiale KMO’s die verder in Vlaanderen willen groeien.” Voor de uitvoering van de activiteiten wordt een beroep gedaan op experten in binnen- en buitenland en op de bestaande kenniscentra in Vlaanderen.

Transformatie industrie vereist innovatie

De transformatie naar de fabriek van de toekomst vereist heel wat innovatie en onderzoek op topniveau. De door de Vlaamse regering goedgekeurde oprichting van een Strategisch Onderzoekscentrum (SOC) voor de maakindustrie is dan ook essentieel. In het onderzoekscentrum gaan bedrijven, onderzoekscentra en universiteiten samenwerken om toponderzoek voor de maakindustrie te voeren. Het onderzoek van de SOC kan via Made Different geïmplementeerd worden bij de industriële bedrijven, zowel kleine als grote.

“We zijn blij dat de Vlaamse regering met deze beslissingen het belang van de industrie erkent,” zegt De Pril. “Nu is het zaak om samen te werken aan een nieuwe industriële revolutie. Het Duitse en Amerikaanse voorbeeld tonen aan dat de maakindustrie ook in Westerse landen opnieuw jobs en rijkdom kan creëren. Dit moet ook in Vlaanderen kunnen.”