Nieuw project: optimaal benutten van de elektromagnetische velden rond antennes

Sirris neemt deel aan een project met als doel passieve componenten (hulpstralers genoemd) te ontwikkelen, die vóór de telefoonstraalverbindingen programmeerbaar zijn om het elektromagnetisch veld optimaal te benutten.

De straling van de verbindingsantennes voor mobiele telefonie is een belangrijk maatschappelijk onderwerp geworden, aangezien daaromtrent een evenwicht dient gevonden te worden tussen technisch economische ontwikkelingen, behoud van gezondheid en milieu en democratisch bestuur. 
Anderzijds gaat de vraag naar mobiele telefonie en datatransmissie steeds verder in stijgende lijn en zal de komst van 4G deze tendens nog versnellen. 

Nochtans blijft de angst bij de bevolking, de politieke beslissingnemers en zelfs bij het medisch korps bestaan voor de effecten van elektromagnetische golven (EMG) op de gezondheid. Hoewel niemand twijfelt aan het sociaal belang van mobiele telefonie, ontsnapt de ontwikkeling ervan niet aan het fenomeen van "niet in mijn achtertuin" zodra een nieuwe zendmast geïnstalleerd dient te worden. De publieke regelgeving is dan ook heen en weer getrokken tussen de toenemende behoefte om het netwerk uit te breiden en de plicht om de milieunormen inzake gezondheid na te leven. 

Vele specialisten zijn de mening toegedaan dat de keuze voor de locaties van de zendmasten zou moeten berusten, niet op de notie van een maximale uitbreiding van het verkeer, maar wel op het principe dat de blootstelling aan de elektromagnetische stralen voor de mensen tot een minimum dient herleid te worden bij een onveranderd niveau van technologisch comfort voor de gebruikers.

Op een uniforme manier de sterkte van de verbindingsstations verminderen is geen bevredigende oplossing vanuit het standpunt van de operatoren, hoewel het deze methode is die men vandaag als algemeen geldend aanneemt. Tot hiertoe is een technologische oplossing gekoppeld aan het stralingsdiagram van de antennes nog nooit toegepast. 

Op het ogenblik stralen deze antennes op een uniforme manier door. Volgens onderzoekers van het ICTEAM van de UCL zou het mogelijk moeten zijn, door de straling niet uniform te laten gebeuren op basis van een nauwkeurige voorspelling van het niveau van het elektromagnetisch veld, dit veld in alle 'gevoelige' richtingen (scholen, dicht bevolkte straat, …) te beperken door het te versterken in de richtingen waar het te zwak is. In praktijk toepassen van deze nieuwe diagrammen dient te gebeuren op basis van nieuwe methodes van ontwerp van de antennes en van de berekening van de radiodekking.

Dit is de doelstelling van het B-WARE project (WB Health) dat van start ging in juni 2014. Het voornaamste resultaat moet zijn een draagvlak te vinden waarin hulp-stralers zijn voorzien, programmeerbaar aan de hand van de resultaten bekomen van een spreiding- en optimalisatiesoftware en de conformiteit met de specificaties voor vermogen en straling aan te tonen. De technologische studie dient aangevuld met een evaluatie van maatschappelijke aanvaardbaarheid en van de conformiteit aan de reglementering inzake zendmasten die op die manier zijn uitgerust en een analyse van juridische aansprakelijkheden vanwege de operatoren en de leveranciers van de uitrustingen.

In dit project is Sirris voornamelijk belast met het concept en het bepalen van de afmetingen van de drager voor de stralers, de keuze van de materialen, de studie van de problematiek van connectiviteit en de uitvoering van de demo-installaties. 

Het gaat vooral over het aanmaken van passieve geleidingselementen (dipolen in aluminium of koper) op een structureel afgebakende drager. Maar het concept van de passieve dipolen berust op een gecontroleerd beheer van de lengte ervan door gebruik van elektronische schakelingen geplaatst in het midden van de component. Dit veronderstelt de aanwezigheid van continu geleidende schakelingen die storend zijn voor het schakeleffect. Het zou dus zo moeten zijn dat wanneer de schakelingen afgesteld zijn, het geleidende karakter van deze elementen verdwijnt van de passieve signatuur van het paneel. 

Sirris heeft dus een concept van tijdelijke connectiviteit bedacht, dat slechts actief wordt op het ogenblik van de stralingsregeling van de hulpelementen door de installateur. Meerdere uitvoeringsplannen liggen ter tafel, gebaseerd op technieken van afdrukken van geleidende inkt op een soepel substraat door middel van uitrustingen zoals de AJP (aerosol jet printer). 

Partners in dit B-WARE project zijn UCL-ICTEAM (promotor), ULB-OPERA, UNamur-CRIDS