Overslaan en naar de inhoud gaan

Harsh environment

Grote systemen in extreem barre omgevingen

Testvoorziening komt tegemoet aan actuele noden van energiesector

Multi-MW-energie-infrastructuur, zoals windturbineparken, maar ook andere energie-activa, zoals zonne-energiecentrales en olie- en gastoepassingen (waaronder bijvoorbeeld vloeibaar gas), wordt steeds meer op ver afgelegen locaties geïnstalleerd. Dit door de aanwezigheid van bepaalde condities of grondstoffen op deze afgelegen sites, zoals hoge en stabiele offshore winden op de Noordzee en de Baltische Zee, hoge zonnestralingsniveaus in woestijngebieden of de aanwezigheid van olie en gas in offshore (polaire) regio's. Als het gaat om windenergie, onder meer omwille van het 'not-in-my-backyard'-effect, heerst de trend om windturbines op zee te installeren of op zeer ver verwijderde plaatsen in het noorden van Scandinavië, die minder dicht bevolkt zijn en waar windsterktes vergelijkbaar zijn met die op zee. Het nadeel van deze locaties is de aanwezigheid van extreme klimaatcondities in bepaalde seizoenen, wat betekent dat de systemen en apparatuur in staat moeten zijn deze extreme omstandigheden te doorstaan en er onder te werken, hoewel ze een hele uitdaging vormen voor de elektromechanische en elektrische installaties die in de sector worden ingezet.

 

Klimatische systeemtesten van grote componenten om de betrouwbaarheid en performantie van de energie-infrastructuur te bewijzen is een van de kernactiviteiten van onze klimaattestfaciliteit in de Antwerpse Haven. De grote klimaatkamer die er in 2012 geïnstalleerd is, wordt gebruikt om grote en zware, elektromechanische apparatuur te testen en valideren onder extreme klimaatcondities. Extreme temperaturen (-60 °C tot +60 °C), hoge vochtigheid, infraroodhitte en ijsvorming kunnen er op een gecontroleerde manier worden gesimuleerd, om zo inzicht te krijgen in de weerstandscapaciteiten en werkingsbeperkingen van de componenten gebruikt in de windturbines, zonnecentrales, oplossingen voor energieopslag, ... In 2019 stond deze testvoorziening in de kijker, omdat een grote olie- en gasmaatschappij er een grote en zware wervel voor offshore omgevingen liet testen en valideren.

 

IBN verkent potentieel van offshore energietechnologieën

Sirris leidt het Innovative Business Network (IBN) Offshore Energy sinds 2018. In 2019 ging deze innovatieve cluster zijn derde succesvolle werkjaar in. In dit IBN worden het economische en innovatieve potentieel van offshore energietechnologieën, zoals energie uit offshore wind, golfslag en getijden, in nauwe samenwerking met Vlaamse bedrijven verkend. Het innovatiecluster wordt beheerd door de OWI-Lab-partners Sirris, UGent en VUB, onder toezicht van stuurgroepbedrijven Jan De Nul, Parkwind, Deme, Engie-Lab, Engie-Fabricom en OCAS. In het totaal zijn 55 partners opgenomen in het cluster en het doel is de opzet van RD&I-activiteiten - technologie-workshops en informatiesessies, congressen, onderzoeksmissies - die zich focussen op opkomende innovatie en markttrends in de sector. Op basis van de bevindingen in deze acties worden innovatieprojecten opgestart en ontwikkeld richting concepties en innovatievoorstellen.

Zeer actief werkingsjaar

In 2019 ging speciale aandacht naar het vinden van synergiën tussen de Belgische vernieuwers in offshore windenergie en deze gevestigd in het VK. Begin 2019 werd een innovatiebijeenkomst tussen België en het VK georganiseerd in Oostende in samenwerking met ORE Catapult, om van elkaar te leren over de lopende RD&I-activiteiten en de clusterbedrijven aan elkaar te matchen.

 

Bovendien ondersteunde het IBN Offshore Energy de congressessie tijdens de Belgian Offshore Days in maart, waarbij het seminarie deze keer de focus legde op de trends van servitisatie en digitalisatie in offshore wind-O&M. In de zomer ging de aandacht in het bijzonder naar bijleren over de opkomende technologie van drijvende windenergie. Een onderzoeksmissie naar Ferrol werd georganiseerd, om de bouwsite van een van de eerste drijvende multi-MW-windturbines te bezoeken.

 

Tot in 2019 startte en ondersteunde het IBN Offshore Energy al meer dan 20 samenwerkingsprojecten in RD&I, gaande van fundamenteel onderzoek tot toegepast onderzoek en bilaterale innovatiesamenwerkingen onder de leden. Ook werd in 2019 een nieuwe roadmap uitgewerkt met de stuurgroepleden, met een focus op de opkomende innovatietopics voor de komende vijf jaar specifiek doorheen de waardeketen van offshore windenergie.

 

Sirris presenteert state-of-the-art cases rond windturbines operatief in extreme klimaten

Begin 2019 nam  Sirris deel aan de jaarlijkse Winterwind-conferentie in het Zweedse Umeå, gewijd aan de lopende R&D op het vlak van windenergie in koude en ijzige klimaten, waarin traditioneel een bezoek aan een windturbinepark in een koud klimaat is inbegrepen. Het Sirris-team dat actief is in de grote klimaattestfaciliteit in de Haven van Antwerpen presenteerde er twee cases rond het testlabo en testen van windturbinecomponenten voor koude klimaten op volle schaal. De eerste case draaide rond koude-starttesten van prototype tandwielkasten van Siemens Gamesa Renewable Energy, een toonaangevende OEM in de windenergiesector. De tweede case behandelde de validatie van koude-starttesten van transformatorpompsystemen, een samenwerking tussen Sirris en de Portugese kmo Efaflu.

 

In april namen de Sirris-experts deel aan WindEurope, de grootste windenergieconferentie en -vakbeurs ter wereld in Bilbao. Onder de paraplu van OWI-Lab , de R&D-samenwerking tussen Sirris en VUB en UGent, presenteerden de betrokken ingenieurs en onderzoekers hun meest recente onderzoek op de conferentie en via postersessies. In partnerschap met het Portugese bedrijf Efaflu presenteerden ze een poster aan de internationale R&D-community voor windenergie rond het koude-starttesten van een transformatorpomp.