Octrooien in onderzoek & ontwikkeling, en het aanbod van Sirris, deel 4: business intelligence from patent information 

Sirris focust zich in haar dienstverlening in intellectueel eigendom op het optimale gebruik van de informatie aanwezig in octrooidatabanken om producten of processen succesvol te ontwikkelen en commercialiseren. Vandaag sluiten we onze reeks af met 'business intelligence from patent information'.

'Business intelligence' in het algemeen is gericht op het verzamelen en analyseren van informatie over klanten (noden), beslissingsprocessen, concurrentie, markttoestand en algemene economische, technologische en culturele trends, om zo beslissingsondersteunende informatie (intelligence) te verkrijgen.
Octrooidocumenten zijn een belangrijke bron van informatie voor business intelligence.

'Business Intelligence (B.I.) from patent information' voorziet het bedrijf van business intelligence, gedistilleerd uit de informatie die Sirris verwerft uit een intense zoektocht in octrooiliteratuur, gecombineerd met inzichten, intern beschikbaar bij meer dan 120 experts en/of afkomstig van werknemers bij het opdrachtgevende bedrijf en andere actoren uit de omgeving van de opdrachtgever of Sirris. 

Waarom ? 

Veel publieke informatie is vervormd door subjectieve interpretatie, getint door ambities, visies, enz. Publicaties in octrooidatabases geven daarentegen een zicht op de evolutie van technologische ontwikkelingen met een beperkte bias. Octrooipublicaties zijn ook vooruit op andere bronnen en daarom betrouwbaar om de toekomstige evoluties in te schatten. De marktrijpheid van de vinding beschreven in octrooidocumenten kan ook beoordeeld worden. Dit staat in contrast met de technologieën beschreven in academische literatuur. 

Waarom Sirris en hoe? 

Deliverable:
een methodische analyse en interpretatie van wat octrooidocumenten ons leren levert een rapport op met waardevolle kennis die toelaat om strategische beslissingen te ondersteunen. 

Sirris combineert de eigen ervaring met octrooidatabanken en inzicht in diverse andere informatiebronnen met een overzicht van technologiedomeinen. Dankzij de inbreng van diverse eigen experten aangevuld met de erg nabije contacten buiten de eigen IP en technologische expertise kunnen we bijzonder efficiënt technologische evoluties in kaart brengen.

Sirris vult graag het ‘expertisegat’ bij bedrijven op om in R&D-projecten goed om te gaan met de intellectuele eigendom en vooral de octrooi-informatie maximaal en efficiënt te gebruiken. We werken graag samen met de octrooigemachtigden en externe specialisten die in naam van een klant octrooien opstellen, aanvragen, opvolgen en verdedigen (prosecution & litigation) en zijn dus geen alternatief voor deze. 

Methodeomschrijving:

‘Business intelligence’ kan best van in het begin parallel met het ontwikkelingstraject geïntegreerd worden. Op een belangrijk mijlpaalmoment wordt gericht informatie vergaard. Met als doel het nemen van beslissingen te ondersteunen wordt deze informatie gebruikt om beslissingsrelevante hypotheses te formuleren en ze te onderzoeken.
Optimaal wordt een eerste grondige oefening gedaan in de strategische fase waaruit een innovatie-initiatief idealiter ontspruit. Men kan echter ook nog altijd later in het ontwikkelingstraject de BI-oefening aanvatten, wanneer beslissingen hierom vragen. Of nog beter, men kan bij mijlpalen in het innovatietraject de Business intelligence-oefening (versneld) herhalen. Onderstaande methode beschrijft de BI-oefening in de strategische fase. 

Stap 1

In een eerste sessie wordt samen met de klant gekeken naar de evoluties die zich afspelen in zijn competitieve omgeving. De directe competitieve omgeving bestaat uit:

  • de eigen directe concurrentiële omgeving
    Wie zijn de concurrenten? Wat is hun innovatieportefeuille? Hoe is hun IPR-strategie?
  • de opdrachtgever zelf (eigen octrooiportefeuille) of zijn partners
    Wat is de eigen IP-strategieportfolio? Hoe wordt IP gemanaged in het innovatieproces?
  • up- en downstream in de waardeketen van de opdrachtgever
    Welke leveranciers en klanten zijn potentiële partners of bedreigingen vanuit IP-perspectief? (kansen op: (cross)licensing – blocking freedom to operate - IP theft - infringement litigation)
  • actoren buiten de waardeketen, maar die potentieel hebben om de bestaande keten in de nabije toekomst te beïnvloeden (disruptive technologieën, nieuwe applicaties in ontwikkeling)
    Welke zijn de technologieën/producten/applicaties die in de komende vijf jaar worden verwacht?

Ook wordt een IP SWOT-analyse (strengths, weaknesses, opportunities and threats) voor de opdrachtgever in deze omgeving opgemaakt. De trends kunnen immers opportuniteiten of bedreigingen opleveren.

  • Hoe wordt omgegaan met IP filing & prosecution, IP integration in R&D, IP in licencsing/valorisation:  in het eigen bedrijf, bij de partners, …
  • Wordt de ‘core-technology’ vandaag door IPR beschermd? Zijn er bedrijfsgeheimen die, indien onthuld, problemen voor freedom to operate kunnen opleveren?
  • Is er ervaring met  infringement litigation: offensief/defensief?
  • Met welke partners zijn er IP-opportuniteiten, zoals bijv. potentiële partnerships, die tot een verrijking van knowhow kunnen leiden? Hoe gaat men er nu mee om?
  • Welke concurrenten/leveranciers of klanten kunnen IP-problemen opleveren? Hoe wordt er mee omgegaan vandaag? 

Resultaat van stap 1, eventueel gevolgd door opzoekwerk om ontbrekende informatie in te vullen, is een verslag omvattend:

  • een bevattelijk zicht op de competitieve omgeving met nadruk op de innovatieve technologische markten met IP-invalshoek
  • een set hypotheses over de technologische evoluties en hun marktintroductie in de competitieve omgeving

Stap 2: 
Survey ter argumentatie/weerlegging van de hypotheses 

Sirris doet diepgaand onderzoek naar de technologische evoluties zoals deze vallen te ontdekken in octrooidatabases. Evoluties die van significant belang kunnen zijn voor de bedrijfsresultaten van de opdrachtgever in het licht van de in stap 1 geïdentificeerde hypotheses.
Dit onderzoek is er op gericht de hypotheses zoals in stap 1 geformuleerd te toetsen. Per hypothese worden de relevante octrooien weergegeven plus een omschrijving van hoe deze impact kunnen hebben op de significantie van de hypothese. Indien nieuwe potentiële trends worden waargenomen worden deze ook mee opgenomen in de oefening.

Stap 2 wordt uitgevoerd door een team (meestal een duo) van technische expert(s) en een IP-expert. 

Resultaat van stap 2: een lijst met hypotheses, gekoppeld aan octrooien relevant voor deze, en duiding in welke mate deze de octrooien ondersteunen of verwerpen. 

Stap 3:
Validatie van de hypothese 

De voorgaande oefening was de toetsing met behulp van octrooien offline door Sirris. In stap 3 worden de bevindingen uit stap 2 besproken met de klant en gevalideerd met relevante stakeholders en experts.

Resultaat van stap 3: het finale rapport met daarin besproken de geïdentificeerde evoluties op technologisch vlak gevalideerd en ondersteund door analyse van octrooi-informatiebronnen. 

Voorbeeld 

Een bedrijf actief in de ontwikkeling en verkoop van plastic consumer goods heeft een octrooiaanvraag lopende voor een proces met thermoforming-kenmerken. De toepassing van dit proces is duidelijk voor de hen bekende markten, maar het is het bedrijf ter ore gekomen dat ook de automotive-markt interessant zou kunnen zijn. Men is gekomen op het punt dat de PCT-procedure hen vraagt de landen te kiezen waar men validatie wenst van de octrooiaanvraag. Dit keuzemoment is cruciaal, aangezien het de geografische dekking van het octrooi definitief zal bepalen en bovendien legt het ook de octrooikosten (zowel voor aanvraag, vertaling, taksen als administratie) vast.

De vraag luidt dan ook, 2 dagen voor de deadline: in welke landen dient de octrooiaanvraag gevalideerd te worden?

Indien het bedrijf bovenstaande ‘Business intelligence’-oefening in een vroeger stadium had gemaakt, dan was in stap 1 als één van de mogelijke evoluties naar voor gekomen: “het proces heeft potentieel in de automotive-markt”. In stap 1 wordt dan de automotive-sector in kaart gebracht met identificatie van hypotheses, en de eigen IP-positie gekenmerkt. OEM’s in de automotive zijn in casu een stuk dominanter in het afdwingen van IP, maar niet zozeer in het valoriseren van een opkomende technologie die men niet beheerst. Dit schept het kader van IP opportuniteiten.

Een mogelijke hypothese is dan: 'voor de OEM-producenten van TBI (trucks, buses, industrial) kan het proces ingezet worden als een interessante vorm van thermoforme vormgegeving, een groeiende markt, terwijl voor de hogevolumeproducenten van personenwagens dit niet zo is'. 

Onderzoek in stap 2 op de octrooiactiviteiten in de waardeketen van de OEM’s zowel in TBI als in personenwagens, zou een set van octrooien opleveren waar zowel statistische analyse als inhoudelijke analyse een zicht zou geven op de toekomst van thermoforme vormgeving, alsook of het proces past in de trend van de thermovorme vormgeving in de automotive.

Een van de zaken die hierbij aan het licht zou komen, is WAAR de processen ingezet zullen moeten worden en dus waar de octrooien dekking dienen te geven.


Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de Federale overheidsdienst voor Economie en kadert in de werking van het Europese PATLIB-netwerk.

Contactpersoon Sirris: Bart Lindekens, tel. +32 498 91 94 52